Een kijkje achter de schermen bij Growera

Nieuws

Growera in Kesteren is het bedrijf van Kees Sukkel. Hij runt het samen met zijn zonen Daan en Niels. Onlangs brachten voorzitter Henny van Kooten en Izak Mauritz een bedrijfsbezoek – een nieuwe manier waarop TCO bij leden langskomt om mee te lopen en te zien wat er speelt.

Veertig jaar laanboomteelt

Kees begon op zijn vijftiende, direct na de mavo, met kweken op een stuk grond van zijn vader. Inmiddels bestaat het bedrijf al zo’n veertig jaar en groeide het van 4 naar 16 hectare. Growera heeft zich gespecialiseerd in de teelt van spillen en veren: het uitgangsmateriaal waarmee collega-kwekers, ook internationaal, weer verder kweken. De jaarlijkse productie loopt op tot zo’n 130.000 bomen, geleverd in heel Europa.

Tijdens de rondleiding kwam een breed scala aan onderwerpen voorbij: van oculeren en het werken met onderstammen tot de keuze voor eigen wortelteelt bij een deel van het sortiment. Ook de overgang van handmatig naar GPS-gestuurd schoffelen kwam aan bod – een ontwikkeling die Kees nog niet zo lang geleden “science fiction” noemde.

Ook efficiënter grondgebruik kwam aan bod. Op een van de percelen staan jonge boompjes op een veel kleinere afstand dan gebruikelijk: 75 centimeter in plaats van het dubbele. Grond is schaars en duur geworden, en dat vraagt om een ander teeltsysteem. Naast dat er zo meer bomen op dezelfde, dure grond passen, is ook het middelengebruik per plant lager. Met de gangbare schoffelmachine kan tussen deze dichter geplante rijen niet meer worden gewerkt; Growera schafte daarom een smalle, éénrijdige schoffelmachine aan en zet voor een deel een elektrisch karretje in om met de hand bij te schoffelen. Tussen de rijen ligt ook een proefstrook met een bloemenmengsel, waarmee gekeken wordt of dit invloed heeft op de ziektedruk. Zodra een deel van de bomen wordt uitgedund, komen de overgebleven bomen weer op de gebruikelijke, ruimere afstand te staan.

Minder middelen, meer aandacht

Een belangrijk thema tijdens het bezoek was emissiereductie. Growera gebruikte vorig jaar gemiddeld 1,8 kilo werkzame stof per hectare, ruim onder het landelijk gemiddelde van 2,5 kilo. Bodemherbiciden worden nauwelijks meer ingezet; in plaats daarvan zet het bedrijf in op schoffeltechniek, een elektrisch karretje voor handmatig wieden en een proef met druppelslangen dieper in de grond, zodat er makkelijker tussen de bomen geschoffeld kan worden zonder de slang te raken.

Ook preventie van bacterievuur kreeg aandacht: door het eerste schot van gevoelige soorten in het voorjaar te verwijderen, blijft er minder bloesem over die insecten – en daarmee mogelijke infectie – aantrekt.

Bloemenstroken langs de sloten zijn voor Growera nog een idee, geen lopende proef. Daarbij speelt voor Kees wel een belangrijke afweging mee: een bloemenstrook midden op het perceel kan op termijn juist voor meer onkruiddruk zorgen, met als risico dat je daar later weer meer middelen tegen moet inzetten. Langs de sloot, waar toch al weinig wordt gereden, ziet hij wel ruimte om dit uit te proberen.

Tijdens het bezoek kwam ook het vervangen van betonplaten door grasbetonplaten ter sprake, als manier om regenwater beter te laten infiltreren in plaats van af te stromen.

Toekomst van de sector

Gevraagd naar de toekomst noemt Kees het vinden van goed vakpersoneel als een van de grootste uitdagingen. Daarnaast was de zichtbaarheid van wat de sector al doet een terugkerend gespreksonderwerp tijdens het bezoek. Kees gaf aan dat veel ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en emissiereductie voor de buitenwereld onzichtbaar blijven, simpelweg omdat ze zich op het erf afspelen. Volgens hem ligt daar een opgave voor de sector: laten zien wat er gebeurt, in plaats van ervan uit te gaan dat het vanzelf wordt opgemerkt.

Bedrijfsbezoek TCO Growera